Navigatie


Open dagen 2026 - 2027

Nieuws en verhalen

“Vrijwilligers zijn geen extra handen, maar volwaardige teamleden”

Labels:
  • Verhaal
Datum:

In gesprek met Wilma Kleijer en Jet de Court van Hospice Demeter

Binnen Academisch hospice Demeter in De Bilt spelen vrijwilligers een cruciale rol in de dagelijkse zorg. Het hospice telt zeven bedden en werkt met meer dan honderd vrijwilligers. Manager Wilma Kleijer en vrijwilligerscoördinator Jet de Court vertellen hoe vrijwilligers, professionals en naasten samen de zorg dragen voor mensen in hun laatste levensfase.

Wat is de visie van het hospice op vrijwilligers?

Wilma:
“Vrijwilligers zijn in een hospice eigenlijk vanzelfsprekend. Informele zorg wordt overal belangrijker, maar in een hospice is het al heel lang de basis van hoe we werken. We werken hier echt in gelijkwaardigheid met elkaar.” Volgens Wilma verschilt dat soms nog van andere zorgsettings. “In andere delen van de zorg is het soms nog wat diffuser en voelt het meer als ‘nice to have’. In een hospice is het echt ‘need to have’. Zonder vrijwilligers kun je dit niet organiseren.”

Welke rol spelen vrijwilligers binnen het hospice?

Jet de Court:
“We hebben meer dan honderd vrijwilligers op zeven bedden. Dat klinkt veel, maar we hebben ook acht diensten per dag die ingevuld moeten worden. Zonder vrijwilligers kan het zorgteam hier niet functioneren.” Vrijwilligers hebben verschillende rollen binnen het hospice. “Zorgvrijwilligers  ondersteunen met het zorgteam bij de zorg rond het bed. Daarnaast hebben we vrijwilligers voor hospitality: gastheren en gastvrouwen die zorgen voor ontvangst, maaltijden en aandacht voor bezoekers.” Ook andere taken worden door vrijwilligers uitgevoerd. “We hebben bijvoorbeeld tuinvrijwilligers die de tuin onderhouden. In de zomer hebben we zelfs een moestuin. Er is veel contact tussen de tuin- en kookvrijwilligers.” En in de nacht is er altijd een zorgvrijwilliger aanwezig. “Dat is een slaapdienst. Soms moet de vrijwilliger uit bed om te helpen,  omdat een patiënt is gevallen of omdat iemand overlijdt. Vrijwilligers dragen echt verantwoordelijkheid.”

Hoe werkt de samenwerking tussen professionals, vrijwilligers en naasten?

Jet vertelt: “Gelijkwaardigheid is voor ons het uitgangspunt. Iedere dienst begint altijd met een overdracht aan vrijwilligers.” Die overdracht is belangrijk. “Een vrijwilliger mag nooit zomaar een patiëntkamer binnenlopen zonder te weten wat er speelt. Je moet weten hoe het met iemand gaat en waar je rekening mee moet houden.” De rollen zijn duidelijk beschreven. “We hebben alles op papier staan: wat een vrijwilliger wel en niet doet. Dat voorkomt misverstanden. Tegelijkertijd mogen vrijwilligers ook hun intuïtie gebruiken.” Wilma: “Door die duidelijkheid ontstaan er geen rolconflicten. Vrijwilligers zijn geen ‘hulpjes’, maar volwaardige teamleden.” Soms moeten vrijwilligers die zelf uit de zorg komen daar even aan wennen. Dan zeggen we ook: ‘hier mag je niet alles meer doen.’ Maar dat vinden de meesten  uiteindelijk ook prettig: dat ze niet meer die eindverantwoordelijkheid dragen,” vult Wilma aan.

Wat maakt dat vrijwilligers zich bij jullie willen inzetten én blijven?

Volgens Jet begint dat met een goede sfeer. “Het vaste team heeft een hele prettige cultuur en dat straalt uit naar het hele hospice. Vrijwilligers voelen zich hier welkom.” Ook de manier van samenwerken speelt een rol. “Vrijwilligers voelen dat ze ertoe doen. Ze maken echt onderdeel uit van het team.” Daarnaast wordt bij de intake goed gekeken naar wat iemand leuk vindt. “Waar ligt je passie? Sommige mensen willen graag in de zorg helpen, anderen juist gastvrouw zijn. Als je mensen laat doen waar ze blij van worden, blijven ze ook langer.” Flexibiliteit helpt ook. “Vrijwilligers kunnen zichzelf inroosteren via een systeem. Sommigen willen een vaste dienst, anderen plannen liever zelf. Dat werkt heel prettig.” De diensten zijn verdeeld over dagdelen. “Een ochtend-, middag- of avonddienst. Veel mensen willen niet elke week een dienst draaien, bijvoorbeeld omdat ze werken. Door flexibiliteit houden we de groep divers.”

Hoe werven jullie vrijwilligers?

Volgens Jet gaat dat niet vanzelf. “Toen ik hier begon, was er wat achterstallig onderhoud in de werving. We zijn toen actief aan de slag gegaan met social media en posters.” Vrijwilligers spelen daar zelf ook een rol in. “Ik heb vrijwilligers gevraagd hun ervaringen te delen op hun eigen sociale media. Dat werkte heel goed. Mensen vertellen dan waarom dit werk zo bijzonder is.” Daarnaast maken we gebruik van lokale netwerken. “We werken samen met vrijwilligerscentrales en gaan naar lokale evenementen en beurzen. Ook als we geen vacatures hebben, laten we ons gezicht zien.” Lokale media helpen ook. “Een persbericht in de lokale krant werkt nog steeds.”

Hoe worden vrijwilligers voorbereid op hun rol?

“Nieuwe vrijwilligers volgen bij ons een speciaal introductietrainingsprogramma van drie avonden. Daarin leren ze onder andere over palliatieve en geestelijke verzorging, maar ook over hospitality en communicatie. Wat zeg je bijvoorbeeld wel of niet tegen een patiënt of een naaste?
Daarnaast organiseren we voor alle vrijwilligers regelmatig scholingsavonden. Binnenkort staat er bijvoorbeeld een avond over ALS op het programma, omdat we bij Demeter regelmatig ALS-patiënten begeleiden. Ook bieden we een til- en transfertraining aan, zodat vrijwilligers hun rug niet belasten bij het tillen of verplaatsen van patiënten. En we werken met filmpjes met uitleg, bijvoorbeeld ‘hoe bedien je de bedden?’, zodat vrijwilligers dat rustig in hun eigen tijd kunnen bekijken.”

Hoe betrekken jullie naasten bij de zorg?

De regie ligt bij het zorgteam. “Bij de intake vragen we altijd aan naasten: wilt u zelf ook iets blijven doen? Sommige mensen willen dat graag, anderen niet.” Volgens Wilma is dat belangrijk om goed af te stemmen. “Veel naasten zijn al lang mantelzorger geweest en zijn eigenlijk uitgeput. In het hospice kunnen ze dat soms loslaten.” Dat geeft ruimte voor andere momenten. “Dan kunnen ze gewoon naaste zijn. Een gesprek voeren, samen zitten, herinneringen ophalen.”

Wat kunnen andere zorgorganisaties leren van jullie aanpak?
Volgens Wilma begint het met gelijkwaardigheid. “Vrijwilligers zijn hier geen extra handen, maar volwaardige teamleden. Dat betekent ook dat ze verantwoordelijkheid krijgen. Zo helpen vrijwilligers hier bij het eten geven aan patiënten. Daar moet je mensen goed op voorbereiden, maar het laat ook zien dat hun rol ertoe doet.” Jet vult aan dat organisatie daarbij essentieel is. “Vrijwilligers moeten voelen dat ze echt nodig zijn. Als je ergens komt en je voelt je niet nuttig, dan haak je snel af. Dat heb ik zelf ooit ervaren toen ik vrijwilliger was. Hier zorgen we ervoor dat iedereen weet: jouw bijdrage maakt verschil.”

Wat betekent dit voor de zorg van de toekomst?

Volgens Wilma laat het hospice zien wat er mogelijk is als professionals en vrijwilligers echt samenwerken. “Hier staat een club mensen die zich belangeloos inzet, met passie en ziel. En dat doen we allemaal voor hetzelfde doel: goede zorg voor de patiënt en aandacht voor de naasten.” Jet vult aan: “Vrijwilligers komen hier niet voor zichzelf, maar voor de patiënten. We beginnen elke werkdienst met een overdracht en dat is ook een kort moment van bezinning waarbij we een klankschaal gebruiken. Dan laten we alles van thuis even achter ons en richten we ons op de mensen hier.” Volgens haar maakt juist dat het werk zo bijzonder. “Hier draait het om de essentie van het leven.”

Samenwerking met onderwijs

Het hospice staat ook open voor samenwerking met onderwijsinstellingen. “Studenten kunnen hier bijvoorbeeld als vrijwilliger ervaring opdoen,” zegt Jet. “Voor sommige diensten, zoals de nachtdienst, krijgen studenten een kleine vergoeding. Dat werkt goed met geneeskunde- en verpleegkundestudenten.” Wilma ziet daarin ook een belangrijke leerervaring. “Veel jonge zorgprofessionals zeggen dat ze in een hospice de basis van hun vak leren: aandacht, aanwezigheid en echt kijken naar de patiënt. Juist in die aandacht en nabijheid ontdekken veel professionals en studenten waar het in de zorg uiteindelijk om draait.” 

Studenten ontdekken daar dat goede zorg niet alleen zit in wat je doet, maar vooral in hoe je er bent voor iemand. Misschien is dat wel de belangrijkste les van het hospice: goede zorg organiseer je niet alleen, maar met iedereen die om iemand heen staat. Zo laat het hospice zien hoe zorgteams van de toekomst eruit kunnen zien: professionals, vrijwilligers en naasten die samen verantwoordelijkheid nemen voor wat er echt toe doet.

3 lessen uit Academisch hospice Demeter voor zorgorganisaties

1. Zie vrijwilligers als volwaardige teamleden
Vrijwilligers zijn geen extra handen, maar onderdeel van het team. Dat betekent ook dat ze verantwoordelijkheid krijgen, bijvoorbeeld bij het ondersteunen van patiënten in de zorg en tijdens maaltijden. Heldere rolomschrijvingen en goede voorbereiding zijn daarbij essentieel.

2. Zorg voor duidelijke organisatie en structuur
Vrijwilligers blijven gemotiveerd wanneer ze weten dat hun inzet ertoe doet. Dat vraagt om duidelijke roosters, heldere verwachtingen en goede begeleiding. Als vrijwilligers het gevoel hebben dat ze echt nodig zijn, blijven ze zich met plezier inzetten.

3. Laat mensen doen waar ze energie van krijgen
Door bij de intake te vragen waar iemands passie ligt – zorg, gastvrijheid, tuin of koken – ontstaat een team waarin mensen doen waar ze goed in zijn. Dat vergroot betrokkenheid én continuïteit.