“Het diploma was niet het doel — ontwikkeling wel”
- Verhaal
- Bewegen & Gezondheid
In de zorg werken veel mensen met waardevolle levens- en werkervaring, maar traditionele opleidingen sluiten niet altijd aan bij hun praktijk- en leerbehoeften. Stapelbare eenheden bieden een flexibel alternatief. Medewerkers volgen losse opleidingsmodules die ieder op zichzelf waarde hebben en die stap voor stap, kunnen worden opgebouwd tot een diploma, maar dat hoeft niet. Zo ontstaat ruimte om te leren in een eigen tempo, passend bij werk en privé.
Voor St. Pieters en Bloklands was dit de aanleiding om samen met ROC Midden Nederland een nieuwe leerroute te ontwikkelen. Adviseur leren en ontwikkelen Willeke zag hoe schools ingerichte trajecten minder goed passen bij gemotiveerde medewerkers. In een bedrijfsklas met stapelbare eenheden kregen zij de ruimte om te leren op een manier die bij hen past — met ontwikkeling, vertrouwen en waardering als uitgangspunt.
Hoe is de pilot met de stapelroute bij St. Pieters en Bloklands ontstaan?
“De samenwerking met het roc loopt al langer. Twee jaar geleden hebben we samen de module ADL ingezet voor onze zorgondersteuners. Dat werkte goed, en we merkten: hier zit meer in. Onze medewerkers hebben vaak veel levens- en werkervaring. Dan voelt een reguliere helpende opleiding met vaste onderdelen en een klassikale aanpak niet logisch. We wilden juist weg van ‘schools’ en toe naar iets dat echt bij mensen past.”
Onze medewerkers hebben zoveel levens- en werkervaring; dan past een standaard opleiding simpelweg niet.
Wat zochten jullie in deze nieuwe route?
“Een persoonlijke leerroute, met ruimte voor maatwerk. Samen met het roc ontstond het idee van een bedrijfsklas met stapelbare eenheden. Dat was spannend, want we deden dit voor het eerst. Maar het voelde als een kans om leren echt anders te organiseren: dichter bij de praktijk en bij de medewerker.”
Hoeveel medewerkers zijn gestart en waar staan jullie nu?
“Negen medewerkers zijn gestart en, zoals het nu lijkt, ronden de meesten de opleiding af met een diploma. Dat klinkt misschien als het doel, maar dat was het eigenlijk niet. We vonden het ook helemaal oké als iemand zou uitstromen met certificaten, bijvoorbeeld zonder Nederlands of rekenen. Ontwikkeling stond voorop; het diploma was geen must.”
Wat maakte dat deze groep zo succesvol was?
“We hebben aan de voorkant goed gekeken welke ondersteuning iemand nodig had op bijvoorbeeld het gebied van leren, rekenen of Nederlands, om dit traject te volgen. Niet om te bepalen of iemand wel of niet mocht starten, maar om mensen te helpen slagen. Daarnaast was het een enorm gemotiveerde groep. Iedereen wilde dit zelf. En doordat ze samen met collega’s uit dezelfde organisatie in een klas zaten, ontstond er een veilige en hechte groep. Ze trokken elkaar erdoorheen.”
Welke rol speelde het stap-voor-stap leren hierin?
“Die was cruciaal. Module voor module werken haalt veel druk weg. Als het even niet lukt, heb je tóch iets behaald. Dat geeft rust en vertrouwen. De eerste module ADL was echt een drempelverlager: mensen ontdekten dat ze het nog steeds konden, dat leren bij hen past. Die succeservaring werkt door: ook in motivatie en behoud.”
Wat heeft dit traject opgeleverd voor de organisatie?
“Voor ons is negen Helpenden erbij echt veel. We zijn geen grote organisatie, dus dit maakt direct verschil in de bezetting en in de kwaliteit van zorg. Daarnaast zien we dat medewerkers bewuster nadenken over hun loopbaan. Sommigen ontdekken nieuwe richtingen, zoals Welzijn of Verzorgende IG. Het verruimt hun blik.”
Ontwikkeling stond voorop. Het diploma was geen must, maar een mooi gevolg
Blijven medewerkers na diplomering bij St. Pieters en Bloklands?
“Daar heb ik alle vertrouwen in. Juist omdat we serieus omgaan met de ontwikkelvragen die daarna ontstaan. En mocht iemand ooit vertrekken, dan is diegene in ieder geval behouden voor de zorg. Dat vind ik ook een belangrijke opbrengst.”
Jullie spreken over opleiden als vorm van waarderen. Hoe ziet dat er concreet uit?
“Waarderen zit niet alleen in salaris, al krijgen medewerkers tijdens hun opleiding volgens de cao vaak al een hogere inschaling of meer verantwoordelijkheid. Het zit vooral in vertrouwen. Als iemand laat zien dat hij of zij een volgende stap aankan, dan zeggen wij: ga het maar doen. Laat maar zien wat je kunt. Dat geeft mensen het gevoel dat ze gezien worden.”
Wat vraagt zo’n traject aan begeleiding?
“In de voorbereiding meer dan een reguliere opleiding. Je moet samen veel uitzoeken en afstemmen. Tijdens het traject viel het mee: de groep was zelfstandig en stelde goede vragen. We hadden elke twee weken kort overleg met het roc. Die korte lijnen en het snelle schakelen maakten echt het verschil.”
Wat hoor je terug van de deelnemers zelf?
“Dat het pittig is — het is echt een opleiding naast werk en privé. Maar ook dat ze trots zijn en veel plezier hebben. Je ziet het terug op de afdelingen: ze staan er met energie, nemen verantwoordelijkheid en stralen motivatie uit.”
Waar ben je persoonlijk het meest trots op?
“Dat deze mensen het zijn aangegaan. Het was een nieuwe route, zonder garanties, naast een druk leven. We hebben het diplomadenken losgelaten en vertrouwen gegeven. Dat ze zich vervolgens voor honderd procent inzetten — en zoals het lijkt, de meesten het afronden met een aantal modules of zelfs het diploma — daar ben ik ongelooflijk trots op.”